| Ingezonden stuk van Françoise |
|
|
|
|
Het moge stilaan bekend verondersteld worden, dat mijn sjattepoemel zingt. Sterker: hij hoeft er niet eens veel voor gedronken te hebben om boven het niveau van de gemiddeld niet onverdienstelijk zingende badkamersolist uit te stijgen. Als hij zingt, hoef je gelukkig geen oordopjes in of, nog erger: het huis uit. Toch gaat hij, als het om zingen gaat, juist wél vaak de deur uit. Maandagavond: repetitieavond van Caecilia. Voor de leken onder u: dat is de mannenzangvereniging van Gulpen. Voor Caecilianen is de maandagavond heilig. De doorsnee Caeciliaan stemt zijn agenda op die repetitieavond af, of, liever gezegd, zet een groot kruis door die maandagavond. Daar wil hij bij zijn, sterker: daar hóórt hij bij. Ik heb wel eens het idee dat dat gevoel van kameraadschap bij kerels veel sterker speelt dan bij ons, vrouwen. Dat ze uiteraard voor dat zingen naar die repetitie gaan, maar dat de onderlinge band, en de tussen- en de nazit minstens zo belangrijk zijn. Als ik die van mij erover hoor praten, gaat het altijd over wat er gebeurd is náást het zingen. Soms vraag ik me vertwijfeld af 'wanneer hebben jullie dan gezongen?.' En dan valt het nog mee, dat ie niet zegt, 'onderweg naar huis'. Flauwekul natuurlijk want er komen de prachtigste concerten uit die gebundelde stemmen. Toppunt heb ik laatst weer mogen meebeleven toen ze met zes mannenkoren bij elkaar een concert gaven in de Polfermolen in Valkenburg. Daar stonden zo'n 250 kerels op het podium. Alleen met de zangers zou je al ongeveer de uitvoeringszaal van de Polfermolen vullen, dus dat concert werd in de naastgelegen sporthal gehouden. Wie niet bij de ongeveer duizend toehoorders behoorde, heeft iets heel moois gemist die avond. Mannenkoren doen mij sowieso iets, maar als zes van die koren samensmelten tot één groot warm, diep geluid, smelt ik. Zalig om mee te maken. En als je achteraf tussen de heren zangers aan de bar wat na kletst, ontdek je dat ook zijzelf genieten van zo'n happening. Wat dat betreft is zo'n massaal concert de ideale reclame voor anderen om ook eens mee te komen zingen. In dit geval kan dat door de hele streek heen, want er waren koren uit zowel Vaals, als Valkenburg als Gulpen-Wittem. Met in al die koren datzelfde ons-kent-ons sfeertje. Samen zingen schijnt een bindmiddel bij uitstek te zijn. Enige jammere is, dat zo'n mannenkoor naar buiten al langer een wat stoffig imago heeft. Vandaar dat ze allemaal naarstig naar nieuw, moderner repertoire zoeken, elkaar opzoeken om sámen iets heel bijzonders te doen. En wat er dán aan moois uit kan komen, bewezen die 250 kerels in Valkenburg. Mijn sjattepoemel liep bijna naast z'n schoenen van trots. Om dat dan tóch weer wat te temperen liet ik hem fijntjes weten dat ik het moment zo mooi vond dat die éne soliste die er was op haar dooie eentje met gemak over die 250 kerels heen had gezongen. Want ze zingen mooi, die kerels, maar ze moeten hun plaats kennen. Françoise |


